Waar we nu staan
De youngtimerregeling lag sinds eind 2025 open. Volgens de wet zoals die er stond zou de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 doorschieten van zestien naar vijfentwintig jaar. Het kabinet schetste in juni 2026 vier mogelijke afbouwpaden. Op 15 september 2026 volgde de keuze.
Veel berichtgeving over dit dossier is gebaseerd op samenvattingen van samenvattingen, en daarin gaat precisie verloren. Een voorbeeld dat we regelmatig tegenkomen: de 35 procent die hoort bij de dagwaarde wordt toegepast op de oorspronkelijke catalogusprijs. Bij de auto verderop in dit artikel scheelt die verwarring ruim dertienduizend euro bijtelling per jaar. Dit artikel volgt daarom het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zelf.
Waar de regeling om draait
Bij een auto van de zaak wordt het privévoordeel forfaitair belast. Voor een gewone auto gebeurt dat over de oorspronkelijke catalogusprijs. Voor een oudere auto gebeurt dat over de actuele waarde tegen een hoger percentage.
De youngtimerregeling houdt in dat het privévoordeel of de onttrekking forfaitair wordt gewaardeerd op 35 procent van de waarde in het economische verkeer. Valt een auto buiten de regeling, dan geldt 22 of 25 procent van de cataloguswaarde, afhankelijk van de leeftijd — voor auto's die vóór 1 januari 2017 zijn toegelaten is dat 25 procent.
Die waarde in het economisch verkeer is een fiscaal waardebegrip. Wie de regeling toepast moet die waarde kunnen onderbouwen. Daarvoor is een WEV taxatie het aangewezen instrument.
Wat het Belastingplan 2027 voorstelt
| Jaar | Leeftijdsgrens |
|---|---|
| 2026 | 16 jaar |
| 2027 | 17 jaar |
| 2028 en verder | 20 jaar |
Het voorstel geeft uitvoering aan de aangenomen motie Grinwis en Oosterhuis, waarin om een geleidelijker transitiepad werd gevraagd. De wettekst staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027; het nieuwsbericht van het ministerie van Financiën vat het samen.
De regeling blijft bestaan, en dat is het echte nieuws
De aandacht gaat uit naar het getal, maar de motivering is belangrijker. Het kabinet schrijft dat het met de verhoging naar twintig jaar per 2028 structureel kiest voor het behoud van een youngtimerregeling.
De onderbouwing is inhoudelijk en niet budgettair. Twintig jaar past volgens het kabinet beter bij het doel van de regeling: een aangepaste waardering van het privévoordeel voor oudere auto's van de zaak, die doorgaans hogere onderhoudskosten met zich meebrengen. De leeftijd waarop dat speelt ligt tegenwoordig hoger dan vroeger.
Daarmee is de regeling niet uitgesteld maar behouden. Dat is een ander verhaal dan een afbouwpad.
Welk pad is het geworden
Terug naar de tabel uit de Kamerbrief van 22 juni 2026, waarin het kabinet vier alternatieven schetste:
| Optie | Inhoud | 2027 | Structureel |
|---|---|---|---|
| 1 | Auto's die uiterlijk op 31 december 2010 voor het eerst in gebruik zijn genomen blijven voor altijd in de regeling. Voor jongere auto's geldt de grens van 25 jaar. | −59 mln | −4 mln vanaf 2036 |
| 2 | Dezelfde groep mag tot 31 december 2031 in de regeling blijven. Daarna geldt ook voor hen de grens van 25 jaar. | −59 mln | −4 mln vanaf 2033 |
| 3 | De leeftijdsgrens blijft op 16 jaar. | −72 mln | −36 mln vanaf 2028 |
| 4 | De grens gaat per 2027 naar 17 jaar, per 2028 naar 20 jaar en per 2032 naar 25 jaar. | −59 mln | −4 mln vanaf 2033 |
Het kabinet heeft optie 4 gekozen, maar niet helemaal. De eerste twee stappen zijn overgenomen. De derde stap, naar vijfentwintig jaar per 2032, staat niet in het Belastingplan. Vanaf 2028 blijft de grens op twintig jaar staan.
Optie 4 kwam in de juni-tabel uit op structureel vier miljoen juist omdat het pad uiteindelijk bij vijfentwintig jaar eindigde. Een grens die op twintig blijft staan laat permanent een grotere groep auto's binnen de regeling, en kost dus structureel meer.
Hoe de leeftijdstoets werkt
Dit wordt vaak verkeerd weergegeven, dus preciezer.
De toets luidt of de auto meer dan het aantal jaren geleden voor het eerst in gebruik is genomen, en die toets geldt per moment in het kalenderjaar — niet per 1 januari. Een auto die de grens in de loop van het jaar passeert, valt vanaf dát moment tot het eind van dat kalenderjaar onder de regeling. Daarvóór niet.
Samenvattingen schrijven doorgaans "vanaf 17 jaar". De wettekst zegt "meer dan". Bij een auto met een datum eerste toelating in januari scheelt dat een paar dagen; bij een auto uit december scheelt het bijna een heel jaar.
Bepalend is de datum eerste ingebruikname, niet de datum van tenaamstelling.
Het overgangsrecht
2026. Voor auto's die in 2025 al ter beschikking stonden en in dat jaar de grens van vijftien jaar bereikten, mag de regeling heel 2026 worden toegepast zoals die op 31 december 2025 luidde. Dit was een beleidsbesluit van 12 februari 2026 en wordt met het Belastingplan 2027 in de wet vastgelegd.
Het is een keuzeregeling. In een beperkt aantal gevallen pakt bijtelling over de catalogusprijs met het lagere percentage gunstiger uit. Dat vraagt om een doorrekening per auto.
2027. Vergelijkbaar overgangsrecht wordt nu voorgesteld. Stond de auto uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking, en passeert hij in de loop van 2027 de grens van zeventien jaar, dan mag de regeling vanaf 1 januari 2027 worden toegepast — dus het hele jaar, ook al is de auto begin dat jaar nog geen zeventien.
Stond de auto op 31 december 2025 níét ter beschikking, dan geldt dit overgangsrecht niet. Die auto valt pas onder de regeling vanaf het moment in 2027 waarop hij zeventien passeert.
De val in 2028
Hier zit het punt dat in de berichtgeving nergens terugkomt, en het raakt precies de groep die in 2027 juist wordt ontzien.
Per 1 januari 2028 geldt de grens van twintig jaar voor iedereen. Het overgangsrecht van 2027 loopt dan af. Een auto die in 2027 zeventien, achttien of negentien is geworden, verliest de regeling op 1 januari 2028 — en krijgt hem pas terug op het moment dat hij twintig passeert.
Wat dat concreet betekent:
| Eerste ingebruikname | 2027 | 2028 | Weer binnen de regeling |
|---|---|---|---|
| 2007 of eerder | ja | ja | geen onderbreking |
| 2008 | ja | vanaf het moment van 20 jaar | binnen hetzelfde jaar |
| 2009 | ja | nee | in de loop van 2029 |
| 2010 | ja, heel 2027 via overgangsrecht | nee | in de loop van 2030 |
| 2011 of later | nee | nee | in het jaar waarin 20 wordt bereikt |
Een auto uit 2010 die het hele jaar 2027 onder de regeling valt, staat er vervolgens ruim twee jaar buiten. Wie zijn planning op het overgangsrecht van 2027 baseert, moet dus verder kijken dan dat ene jaar.
Een auto uit onze praktijk
Vorige week taxeerden wij een Porsche Cayenne S met datum eerste toelating 13 januari 2010, kort nadat de auto op de zaak was gezet. Cataloguswaarde destijds circa € 130.000 inclusief opties. De waarde in het economisch verkeer op de peildatum stelden wij vast op circa € 25.000.
Voor deze auto loopt het zo:
| Periode | Youngtimerregeling |
|---|---|
| 13 januari 2026 tot en met 31 december 2026 | ja |
| 1 tot en met 12 januari 2027 | nee |
| 13 januari 2027 tot en met 31 december 2027 | ja |
| 1 januari 2028 tot en met 12 januari 2030 | nee |
| vanaf 13 januari 2030 | ja |
Twee jaar en twee weken buiten de regeling. Die twaalf dagen in januari 2027 vallen erbuiten omdat de auto pas in 2026 ter beschikking is gesteld. Het voorgestelde overgangsrecht voor 2027 geldt alleen voor auto's die op 31 december 2025 al ter beschikking stonden.
Het verschil is aanzienlijk. Onder de youngtimerregeling bedraagt de bijtelling 35 procent van de waarde in het economisch verkeer: 35 procent van € 25.000, oftewel € 8.750 per jaar. Valt de auto er per 1 januari 2028 buiten, dan vervalt de dagwaarde als grondslag en wordt gerekend over de catalogusprijs. Omdat deze auto vóór 1 januari 2017 is toegelaten geldt 25 procent: € 32.500 per jaar.
Een verschil van € 23.750 aan bijtelling, twee jaar lang. Bij het toptarief van 49,5 procent is dat ruwweg € 23.500 extra inkomstenbelasting. De toelichting van de RVO op deze wetswijziging vat de percentages samen.
Voor de waardebepaling is er nog iets aan de hand. In januari 2030 komt deze auto opnieuw binnen de regeling, en dan is opnieuw een onderbouwde waarde nodig. Het rapport van vorige week legt de staat van de auto vast op een moment dat over vier jaar niet meer te reconstrueren is: kilometerstand, onderhoudstoestand, gebruikssporen, beeldmateriaal. Die vastlegging verliest haar waarde niet als de auto tijdelijk buiten de regeling valt. Zij wordt dan het vertrekpunt voor het volgende peilmoment.
Wat het kost
De budgettaire paragraaf van het Belastingplan 2027 zet het gekozen pad apart in de boeken:
| 2027 | 2028 | Vanaf 2029 | |
|---|---|---|---|
| Geleidelijker transitiepad youngtimerregeling | −58 mln | +5 mln | −11 mln structureel |
De codificatie van het overgangsbesluit voor 2026 heeft volgens het kabinet geen budgettaire gevolgen.
Leg die structurele elf miljoen naast de vier miljoen van optie 4 en je ziet wat het besluit om bij twintig jaar te stoppen kost: bijna drie keer zoveel, blijvend. Het bedrag zelf is bescheiden — op een Belastingplan dat structureel ruim negen miljard ophaalt is het een afrondingspost. Maar het is wel het prijskaartje dat aan het behoud van de regeling hangt, en dat komt in de berichtgeving nergens terug.
Een fout in het oorspronkelijke amendement
Het amendement van november 2025 verhoogde de leeftijdsgrens voor het bijtellingspercentage naar zestien jaar, maar verhoogde per abuis niet de leeftijdsgrens voor de waarderingsgrondslag zelf. Die omissie wordt met terugwerkende kracht hersteld in het Belastingplan 2027.
Het is een technisch punt, maar het tekent de gang van zaken: de regeling werd laat in de behandeling gewijzigd via een amendement dat primair over elektrische auto's ging, en er is sinds december 2025 driemaal gerepareerd.
De greentimerregeling
Naast de youngtimerregeling onderzocht het kabinet een bijtellingskorting voor oudere elektrische auto's. Beide dossiers werden in juni uitdrukkelijk gekoppeld: hoe ruimer het afbouwpad voor de youngtimerregeling, hoe minder budget er overblijft voor de greentimerregeling.
De greentimerregeling komt in het Belastingplan 2027 niet voor. Niet in de memorie van toelichting, niet in de budgettaire tabellen. Dat betekent niet dat zij definitief van tafel is — zij kan later alsnog worden voorgesteld — maar per 1 januari 2027 komt zij er niet. Er is gekozen voor een ruimer afbouwpad voor de youngtimerregeling, en de greentimer is er niet gekomen.
Wat dit betekent voor de waardebepaling
Zolang de regeling bestaat blijft de waarde in het economisch verkeer de grondslag. Dat geldt in 2026, in 2027, en structureel vanaf 2028 voor de auto's boven de twintig jaar.
Er zit hier een tijdsaspect aan dat vaak wordt onderschat. De waarde hoort te worden bepaald op het moment dat de auto ter beschikking wordt gesteld. Wie dat pas achteraf probeert vast te leggen mist het feitenmateriaal van dat moment. De kilometerstand is dan niet meer te reconstrueren. De staat van de auto en het beeldmateriaal evenmin.
Voor wie de auto onder de regeling houdt is een youngtimer taxatie op het juiste peilmoment geen formaliteit maar de onderbouwing zelf.
Er komt nu een tweede peilmoment bij. Valt je auto in 2028 tijdelijk buiten de regeling en later weer erin, dan is dat opnieuw een moment waarop de waarde moet worden vastgesteld.
Speelt daarnaast de vraag of de auto naar privé moet, dan is dat een aparte berekening. Die staat in ons artikel over auto van de zaak naar privé.
Wat je nu kunt doen
Zoek de datum eerste ingebruikname op en leg hem naast de tabel hierboven. Dat vertelt je in welk jaar je binnen en buiten de regeling valt, en wanneer je er weer in komt.
Controleer of je auto onder het overgangsrecht van 2026 valt en reken beide varianten door. De goedkeuring is een keuze en niet altijd de gunstigste.
Zit je in de groep die in 2027 via het overgangsrecht binnen blijft, reken dan door wat 2028 betekent. Dat jaar is voor die groep ongunstiger dan 2027.
Leg de huidige waarde vast met een onderbouwd rapport. Die onderbouwing heb je nodig zolang de regeling van toepassing is. Valt je auto er tijdelijk buiten, dan heb je alsnog een actuele waardebepaling voor het volgende peilmoment, of voor de vraag of de auto naar privé moet.
Houd er rekening mee dat werkgevers per 2027 te maken krijgen met de pseudo-eindheffing op fossiele auto's van de zaak, die bovenop de bijtelling komt.
Hoe het verder gaat
Vanaf oktober behandelt de Tweede Kamer het pakket. In december volgt de Eerste Kamer. Het kabinet tekent zelf aan dat de plannen door die behandeling nog kunnen wijzigen.
Dat is geen formaliteit. De huidige situatie is ontstaan doordat een amendement laat in de behandeling werd ingediend en aangenomen.
De Belastingdienst moet het geleidelijker transitiepad nog beoordelen met een uitvoeringstoets. Het kabinet verwacht dat het uitvoerbaar is. Het gebruik van de regeling wordt vanaf 2029 gemonitord.
Dit artikel wordt bijgewerkt zodra er meer bekend is.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er in 2027 met de youngtimerregeling? Het Belastingplan 2027 stelt voor de leeftijdsgrens te verhogen van zestien naar zeventien jaar. De eerder in de wet opgenomen sprong naar vijfentwintig jaar gaat niet door. Het voorstel moet nog door beide Kamers.
Verdwijnt de regeling daarna alsnog? Nee. Het kabinet kiest met de grens van twintig jaar per 2028 uitdrukkelijk voor structureel behoud van de regeling.
Mijn auto wordt in 2027 zeventien. Geldt de regeling dan het hele jaar? Alleen als de auto uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking stond. Dan geldt het overgangsrecht en mag de regeling vanaf 1 januari 2027 worden toegepast. Zo niet, dan pas vanaf het moment in 2027 waarop de auto zeventien passeert.
Wat gebeurt er dan in 2028? Dan geldt voor iedereen de grens van twintig jaar. Een auto die in 2027 zeventien, achttien of negentien werd, valt per 1 januari 2028 buiten de regeling tot hij twintig passeert.
Waarover wordt de bijtelling berekend? Onder de youngtimerregeling over de waarde in het economisch verkeer, tegen 35 procent. Valt de auto erbuiten, dan over de cataloguswaarde, tegen 22 of 25 procent afhankelijk van de leeftijd.
Welke datum is bepalend? De datum waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen.
Is dit al definitief? Nee. Het is een wetsvoorstel dat op 15 september 2026 bij de Tweede Kamer is ingediend. De behandeling loopt tot december.






